Historie van het Ruitenveen

De buurtvereniging is opgericht in 1985 door een aantal buurtbewoners met het doel:

  1. Het vormen en versterken van een band tussen de bewoners.

  2. Het organiseren en beleggen van bijeenkomsten, evenementen en buurtfeesten.

  3. Het aktief bijdragen aan de leefbaarheid in de buurt en van haar bevolking.

Het eerste bestuur bestond uit : Herman van den Berg , Gerrit Stegeman, Gerard Potjes, Gr Boverhof, Anita Hof, Anna Scholten en Johan Tuten.

De grootte van het gebied wat de buurtvereniging Ruitenveen omvat is een blok van de wegen : Ruitenveen, Jagtlusterallee, Westeinde en de Staphorsterweg.
Per jaar worden er een aantal evenementen georganiseerd waaronder een bowling avond, barbecue, gezellige avond met bingo, een kindermiddag, een fietstocht e.d.

Het ontstaan van het Ruitenveen

De gemeenschap van het Ruitenveen is in de gouden eeuw ontstaan door de kolonisatie van inwoners uit het iets zuidelijker gelegen "Leusen" (het huidige Oudleusen). Tot die tijd was het uitgestrekte gebied van noord Overijssel nog woest en bijna zonder nederzettingen. Door de eerste bewoners werd rond 1635 een zogenaamde compagnie opgericht door de erfgenamen of eigenerfden. Zij namen de vervening van de veengronden en de ontginning van de moerassen in de omgevin ter hand. Het Ruitenveen kenmerkt zich nu nog door zijn bosjes, houtwallen, houtsingels en lanen als een karakteristiek waardevol besloten en kleinschalig landschap. In historisch opzicht is het één van de jongste landschappen.

Cultuurhistorie

De ontginning van het moerasgebied begint in de 17e eeuw.
Omstreeks 1635 is er op plaats van het huidige Westeinde een afwateringskanaal gegraven dat uitmondde op de Vecht.  Vanaf deze eerste bewoningsas volgen de weilanden, de akkerlanden voor de boekweit en de woeste gronden elkaar op.  De perceelranden werden ingepland met elzen en essen. De woeste gronden werden in hoofdzaak begraast door schapen en er kwamen in die tijd veel schaapskooien voor.

In de periode daarna wordt het landbouwgebied voortdurend uitgebreid.  Er ontstaan smalle kavels en diepe landen. Door de bevolkingsgroei en de ontginning komt er achter het huidige Westeinde een tweede woonas te liggen.
Het zogenoemde achterpad (nu Ruitenveen) kende en kent een vrij grillig verloop. Door met name de verkaveling in de vijftiger jaren van de vorige eeuw is er achter de ontginningsas van het Westeinde en het Ruitenveen een landbouwgebied ontstaan met een overwegend open en grootschalige structuur.  In het kader van de laatste ruilverkaveling Nieuwleusen-Ruitenveen werden diverse maatregelen getroffen om de duurzame landbouw optimale productieomstandigheden te bieden.
Daarnaast wordt er naar gestreeft om het historisch landschap van o.a. het Ruitenveen door aanleg van bosjes en erf- en perceelbeplanting weer in de oude staat terug te brengen.

Bebouwing

In het Ruitenveen staat voornamelijk lintbebouwing met hoofdzakelijk boerderijen in een dubbele ontginningsas De bebouwing staat voornamelijk met de voorzijde gericht op de weg, waarbij rekening is gehouden met de structuur van de smalle langwerpige kavels.

Boerderij in het Ruitenveen

De meest voorkomende boerderij in het Ruitenveen is van het type Hallehuis. Deze boerderijen hebben lage goten en zadeldaken met aan beide zijden wolfseinden.







Uitgebreide informatie over het ontstaan van het Ruitenveen en Nieuwleusen is te vinden in het Canon van Nieuwleusen.